overbelasting en overspannenheid

Overbelasting en overspannenheid.

 

1. Energie. Normale toestand.

Het is normaal om 100%  energie te hebben. Je bent dan vitaal. Je kunt je werk, studie, thuissituatie, moeilijkheden, nieuwe dingen en zo, gemakkelijk aan. Is er even een wat groter probleem zoals overwerk, examens, het verwerken van een ernstige gebeurtenis, dan wordt je gauw moe. Dat is tijdelijk. Want je hebt een zak vol reserve energie bij je. Die reserve gebruik je tijdelijk. Daarna wordt alles weer als van ouds.

Reserve energie wordt ongemerkt aangevuld uit de gewone dagelijkse dingen als gezond eten, voldoende drinken, voldoende bewegen, zoals in de natuur wandelen of sporten, goede sociale contacten waar je blij mee bent, een liefdevolle relatie, voldoende nachtrust en dit soort zaken. Ook de normale energie wordt hiermee op peil gehouden.

2.  Je bent een langere tijd veel te veel belast.

Wanneer gebeurtenissen te lang blijven voortduren kan er een toestand ontstaan dat je veel te veel belast wordt. De reserve energie is zover opgebruikt dat aanvulling ervan je nog net in een toestand houdt van 50% energie. Je wordt veel eerder moe. Je kan veel minder aan dan in de normale toestand uit figuur 1. De reserves zijn uitgeput. Je gebruikt nu je normale energie voor een deel als de reserve. Ga je toch proberen te doen wat je normaal gewend was, dan put ook dat deel van je energie uit. Alles wordt je nu veel sneller te veel. Het zenuwgestel wordt ook overbelast. De natuurlijke reactie van het zenuwgestel is een soort zelfbescherming. Het probeert minder prikkels te ontvangen.

  1. Je kunt niet meer tegen hard geluid. Niet meer tegen drukte, tegen kinderen, veel mensen (verjaardagen, feesten, markt en winkels, enz.)
  2. Je kunt niet meer tegen je verplichtingen. Als je iets ‘moet’ dan krijg je het benauwd. Je ziet er tegen op, word angstig of paniekerig.
  3. Je wordt gauw geïrriteerd. Kort lontje. Of je reageert nauwelijks of helemaal niet.

 

Het zenuwgestel reageert zodanig, dat het je dwingt voldoende rust te nemen!

 3. Je neemt je rust en ontspanning niet op tijd maar gaat maar door. Je reserve energie wordt nu wel heel klein!

Als je de noodzakelijke rust en ontspanning niet neemt dan gaat de toestand van kwaad tot erger. Je vind dat je toch de dingen moet doen, als plicht, om te voldoen aan verwachtingen van anderen. Of om de lat die je zelf altijd al te hoog hebt gelegd op die door jou gewenste hoogte te houden. Of omdat je geen nee kan zeggen. Of omdat je voor je zelf niet kan vragen rust te nemen.

Dan komt het ‘zwarte gat’. De reserves zijn uitgeput. Je kunt nu niets meer. Je bent doodmoe. Doodmoe van alles. Je ziet overal tegen op. Het slapen gaat nu helemaal slecht.  Je wordt drijfnat wakker. Je gaat bij de geringste inspanning zweten. Je krijgt angsten. Je voelt je depressief. Je bent nu zwaar overspannen geworden.

4. Factoren die tot overbelasting leiden.

Druk van buitenaf:

Werkdruk; onzekerheid over je werk b.v. door reorganisaties; slechte relatie met je baas,  leidinggevende of collega’s; financiële zorgen; zorgen over je kinderen,  over je relatie, over ziekte. Zorgen over de toekomst, over je pensioen, over economische problemen.

Druk vanuit jezelf:

Altijd klaar staan voor anderen, slecht voor jezelf opkomen, geen ‘nee’ kunnen zeggen.

Alles heel erg goed willen doen. Vaak denken dat je dat ook moet. Perfectionisme. Het is nooit goed genoeg wat je doet. Uitputting door altijd maar door te gaan.

Weinig zelfvertrouwen, onzekerheid. Alles onder controle willen houden. Alles moet lopen zoals jij dat in je hoofd hebt. Conflicten hierover.

Gevoelens als boosheid en verdriet niet naar mensen uitspreken. Binnenvetter zijn, langdurig opkroppen van wat je dwars zit.

Schokkende gebeurtenis:

Echtscheiding; verlies van een geliefd iemand; ernstig verkeersongeval; mishandeling; overval; inbraak. Verlies van je baan. Bedrogen worden door iemand die altijd erg vertrouwde.

Gepasseerd worden op je werk voor b.v. promotie. Er wordt iets met je gedaan waar je geen grip op hebt. Anderen beslissen voor je. Zelf wordt je niet gehoord. Als een ding behandeld worden. Maar ook alle verantwoording of schuld op je schouders krijgen.

Het horen van een dokter dat je een ernstige ziekte hebt.

Ziekten.

Chronische ziekte met langdurige vermoeidheid, uitzichtloosheid. Uitputting of lang blijvende vermoeidheid na b.v. een griepinfectie.

 

Overspannenheid begint vaak met een infectie als griep of een andere virusinfectie. Door de overbelasting wordt de weerstand minder. Je wordt dan vatbaarder. En dat is net teveel voor je lichaam.

Of je stort in elkaar na zo’n infectie en wordt daarna overspannen.

Vaak zijn meerdere oorzaken aan te wijzen.

5. Wat merk je?

Je voelt je moe en lusteloos. De spieren zijn gespannen. Zelfs zodanig dat er pijnlijke spieren zijn of dat ze zomaar gaan trillen. Ontspannen lukt nauwelijks meer.

Je kunt je moeilijk concentreren. Je hoort dingen niet goed. Veel gaat gewoon langs je heen.

Vaak ben je gauw emotioneel. De tranen springen zomaar in je ogen.

Je voelt je op een dag dan weer goed en dan weer slecht. Dat wisselt steeds.

Wat er om je heen gebeurt interesseert je steeds minder.

Je blijft maar piekeren en het blijft maar ‘malen’ in je hoofd.

Je bent snel geïrriteerd. Kan niet tegen harde geluiden. Je schrikt snel overal van.

Je kunt niet meer tegen warmte, zoals op een mooie zomerdag.

Je gaat gemakkelijk zomaar zweten.

Slapen gaat slecht. Moeite met inslapen of doorslapen. Heel vroeg wakker worden of juist het bed niet uit te krijgen zijn. Ook overdag behoefte aan slaap.

De ademhaling is oppervlakkig. Vaak moet je zuchten. Je hebt het gevoel dat je niet doorademt. Soms is er sprake van hyperventilatie met duizeligheid, tintelingen in de handen voeten of mond. En een benauwd gevoel op de borst. Een gevoel of iets aan je hart hebt lijkt dit wel.

 

Al die verschijnselen kunnen je erg angstig maken. Zelfs zo dat je bang bent dat je alle controle over jezelf verliest. Of dat denkt dat je gek aan het worden bent. Je kunt een heleboel niet meer en krijgt daardoor steeds minder zelfvertrouwen. Je twijfelt over alles en stelt elke beslissing uit. En zo wordt dat steeds erger.

Je kunt ook denken dat je allerlei ziektes hebt of gauw dood gaat. Vooral als je de eerste hyperventilatie aanval krijgt. Bang dat het zich weer herhaalt.

Ook rusteloosheid hoort erbij. Te rusteloos om te lezen of iets anders te doen.

Al deze dingen zijn normale verschijnselen die bij overspannenheid horen. Je kunt er echt helemaal van herstellen.

Je kunt soms enkel maar voor het raam gaan staren. De televisie boeit niet meer. Je hebt geen zin meer iets te doen. En dat niets doen is juist het begin van verbetering. Ook al duurt dit weken. Vecht hier niet tegen maar accepteer het anders wordt je enkel maar vermoeider. Als je zin hebt iets te doen probeer het gewoon. Lukt het niet, jammer dan. Met wilskracht proberen te verbeteren werkt niet. Eerder averechts.

Met rust, met weinig prikkels, bouw je juist weer wat reserve op. En als je je wat beter voelt niet gelijk weer als een beest aan de slag. Want dan krijg je weer een flinke terugslag. Doe dingen die je rust en ontspanning geven. Laat je ook niet onder druk zetten door je omgeving.  Ga kritisch om met al die gemeende adviezen. Luister ook niet naar die stemmen die roepen: “nou ik had een neef die had dit ook en die had ineens…..” meestal volgt dan iets ernstigs. Of: ja, dat komt ervan. Je bent altijd al……. , enzovoorts. Zeg dan: “ Ik voel me al beroerd genoeg. Kun je het over iets leuks hebben?”

6. Weer beter worden.

Beter worden of herstellen gaat niet vanzelf. Behalve rusten en zoveel mogelijk dingen doen waar je zin in hebt moet er ook wat gewerkt worden aan de reden waarom je overspannen bent geraakt. Voel je dat je weer meer kan, ga dan niet meteen volop aan de slag met van alles. Met dat beter voelen bouw je weer wat reserve energie op. Dat betekent dat als je wat doet niet tot het uiterste gaat maar op tijd de rem erop zet. Lijkt lui, maar het is noodzakelijk voor verder herstel. Plezier in dingen, belangstelling voor anderen en concentratie komen dan vanzelf weer terug.

Doe je dit niet zo dan lijkt het even of je van alles wel aan kunt. Erna komt de man met de hamer weer. En deze keer slaat deze vervelende kerel harder dan ervoor.

Herstellen gaat met up en downs. Het gaat ineens een stuk beter, en daarna lijk je weer terug te vallen.  Dat hoort erbij. Ga gewoon door met de maatregelen als voldoende rusten, ook al heb je geen zin daar in, enz.

Zeg nooit op je werk dat je er dan en dan wel weer zal zijn. De druk die je jezelf hiermee oplegt verergert de toestand juist!

7. Aanpakken van oorzaken.

Druk van buitenaf:

Deze oorzaken van buitenaf zijn vaak moeilijk aan te pakken. Toch proberen. Kan ander werk op b.v. een andere afdeling de druk van de ketel halen? Kun je anderen erbij halen om het werk te verlichten? Kun je over je zorgen niet gaan praten met andere gelijkgestemde mensen, enz. Bespreek je de dingen b.v. met je partner, goede vrienden?

Druk van binnenuit, ‘knoppen omzetten’:

Hier moet duidelijk een knop om. Nee leren zeggen hoort daarbij. De dingen naar anderen benoemen zoals je eigenlijk bedoeld. Niet zo bang meer zijn dat men je dan niet meer aardig vind. Zelf initiatief tot dingen nemen. Niet afwachten tot een ander met iets komt en dan maar je laten meezeulen.  Nee, duidelijk aangeven wat je wel of niet leuk zou vinden. Vraag de ander eens mee in wat je zelf leuk vind.

Ben je iemand die altijd de initiatiefnemer is, stop dan daarmee. Laat die anderen maar eens wat doen, regelen of voorstellen. Maar kies altijd waar je zelf ontspanning en plezier aan hebt.  Zo zie je: te weinig initiatief is niet goed en een teveel ook niet. Er moet dus een balans worden gevonden. Dat is dan de eerste knop.

De tweede knop die om kan is wat aan die drang naar perfectie te doen. Of eens te bedenken dat je niet voor alles en voor iedereen verantwoordelijk  bent.

De derde knop die om moet is die van de gevoelens. In plaats altijd rekening te houden met een ander een je gevoelens niet te uiten, wordt het tijd dat op een goede manier te leren. Dat wil niet zeggen dat je de korte lontjes methode moet toe gaan passen. Het gaat erom echt te leren voelen. Hoe zijn de dingen voor je, hoe voelt het aan. En dit op een rustige manier naar voren leren brengen.

De vierde knop bestaat uit de schokkende gebeurtenissen of een ernstig verlies wat maar niet verwerkt wordt. Veel met allerlei vertrouwde mensen over blijven praten.  En laat je gevoelens erbij zien! En weet wel: sommige dingen gaan maar moeilijk over!

Soms kan ook een goede therapeut helpen met verwerken.

8. Verbeteren:

Verbeteren kost tijd en gaat niet zomaar vanzelf. Het is ook niet zo dat je steeds maar je beter gaat voelen. De ene dag gaat het beter dan de andere. Terugvallen in een slecht gevoel hoort er bij. Het kan zelfs erger lijken te worden. En zo is het ook met de moeheid.

Wat helpt is tegelijkertijd ook gaan bewegen. Boswandeling, luisteren naar de vogeltjes en zo meer. En, natuurlijk voldoende rust nemen. Dus op tijd naar bed gaan. En vooral vlak voor het slapen gaan geen televisie kijken of achter de computer gaan zitten. Die schermen veroorzaken slaapstoringen en daar zit je niet op te wachten.

Creatief bezig (proberen) te zijn  op welke manier dan ook is een aanrader. En het hoeft niet perfect. Het gaat om het bezig zijn.

Vermijdt zoveel mogelijk aangrijpende dingen of dat nou een film is of andere emotionele zaken. Dips moet je gewoon accepteren. En ga niets extra’s doen als je je even beter voelt. Zelfs iets leuks als een vakantie kan teveel zijn.

 

 

 

Het herstel gaat bijvoorbeeld zo:

                                                                                                                beter

                                                                                                                    

           

                                                               terugval

                                                                                                                                            beter

                                                                                                                                           

 

                    beter

                                                                                        terugval

        

 

terugval

 

Ups en downs dus. En vooral in het begin lijkt het zelfs erger te worden. Dus niet wanhopen! Het hoort er allemaal bij!

9. Weer aan het werk:

Je ziet vaak dat mensen te snel weer te veel doen en er weer volop ingaan. Want ze zijn er al zo lang uit…Dat is niet verstandig. Je kunt heel ver terugvallen.  Bij weer aan het werk gaan is het verstandig rustig aan te doen.

De beste manier is eerst een paar dagdelen rustig beginnen. Therapeutisch werken wordt dat ook wel genoemd. Je blijft dan nog voor 100% in de ziektewet maar gaat toch al wat doen. Hoeveel je weer gaat werken moet afgestemd worden met de bedrijfsarts of arbo-arts en natuurlijk de werkgever..

De eerste twee weken kunnen nog behoorlijk tegenvallen. Daarna went het meestal wel weer.

Als je begint met bijvoorbeeld halve dagen werken (50%) dan leg je dit pas na een paar weken vast. Het moet dan ook de hele tijd goed gaan zonder weer die verschijndelen van overspannenheid te krijgen. Dan kun 50% gaan werken met behoud van 50% uitkering.

Dat doe een paar weken. Daarna probeer je bijvoorbeeld nog 25% meer te werken. Eerst op vrijwillige basis en pas als dit ook weer langere tijd goed gaat leg je dit weer vast. Dan heb je nog 25% ziekte uitkering. En zo doe je dat ook met de laatste 25% totdat je volledig aan de slag bent.

 

10.  Overspannenheid voorkomen:

We weten nu hoe overspannenheid veroorzaakt wordt. Het is  dus te voorkomen. Zodra de eerste verschijnselen waarneembaar worden, meestal een mix van verschijnselen, dan wordt het tijd wat te gaan doen. En dat betekent meer ontspannen!

Bewegen, niet extreem, maar in een rustig tempo. De natuur in. Luisteren naar de geluiden van de natuur. Flink ademhalen daar.

Doe iets leuks voor jezelf. En dat houdt ook in dat je beter voor jezelf opkomt.

En tegenover het bewegen staat natuurlijk rust.

Vroeger naar bed en voldoende slapen. Geen T.V. kijken meer voor je gaat slapen. Gamen en achter de computer hangen doen we ook even niet meer. Ontspanningsoefeningen als yoga wel.

En lukt het niet? Maak dan eens een afspraak met onze POH-GGZ (via de assistente)